stoomlocomotief

Gestart door doenitz, 19 juni 2008, 19:42:32 PM

Havoc

De Franco is nooit bij de nmbs ingeschreven. Die is met priv? kapitaal gebouwd met als enig doel het aantonen van het princiepe. Problemen:
- te sterk voor de koppeling
- 3 man nodig

Wielconfiguratie is C1'-1'B1B1'-1'C h8t. De machine is niet echt in 2 gesneden. Enkel de 2 buitenste stukken, de voorverwarmers zijn herbruikt, de ketel zelf is nooit meer voor een loc gebruikt.
Met vakantie voor onbepaalde duur.

Michiel

Blijkbaar, wat ik lees, was deze Belgische Franco-Crosti slechts een prototype op halve schaal om het principe te testen, voor een lokomotief nog 2 maal zo groot en krachtig als deze, bedoeld voor de Russische markt. Deze mastodont, met een verwacht vermogen van 6000pk, zou de BigBoy naar de kroon kunnen hebben gestoten, 10 jaar voor datum! Het prototype bleek alle verwachtingen in te lossen, maar het project is echter afgevoerd.
groetjes, Michiel ...een modelbaan bouwend: het station Brussel-Luxemburg in 1:160, en een paar videos.
TPIe - Belgische Staatsspoorwegen - DCC(Lenz) - Koploper - N(1:160) - code55(Peco) - zelfbouwer(50%)

doenitz

de vraag was inderdaad wat simpel gestelt, het was bedoeld voor goederentreinen. alvast bedankt
 

Havoc

Het russische model is een voorstel geweest. De belgische loc is gewoon de allereerste Franco ooit gemaakt. De uitvinder heeft die loc laten maken op kosten van een mecenas. Waarom dat een italiaan hier in belgie zijn prototype laat maken is me niet helemaal duidelijk. Ook niet waarom geen iets kleiner model ipv een monster waar niemand mee overweg kan. We hadden toen wel een goede naam op gebied van bouwen van spoorwegmateriaal, maar toch.

Er zijn toen voorstellen gemaakt voor nog 2 versies. De ene een nog groter model voor de russische spoorbreedte maar dan een compound en een kleinere reizigersversie. Gewoon marketing in de hoop klanten te vinden.

Met het russisch model is nog iets vreemd. Dambly meld dit als conform het russisch gabarit terwijl Thone het heeft over het amerikaans gabarit (terwijl de schets wel degelijk russische spoorbreedte aangeeft).
Met vakantie voor onbepaalde duur.

Michiel

Dus, Doenitz, om terug te komen op de initi?le vraag: wat is de sterkste Belgische (goederen)lok in H0 uitgebracht, dan zou ik zeggen:
als je geld en geduld hebt, kan je een type 36 overwegen, anders is een type 25 of 26 naar mijn idee geen slechte keuze. Een dubbeltractie van bijvoorbeeld het type 81 is natuurlijk ook te overwegen.
groetjes, Michiel ...een modelbaan bouwend: het station Brussel-Luxemburg in 1:160, en een paar videos.
TPIe - Belgische Staatsspoorwegen - DCC(Lenz) - Koploper - N(1:160) - code55(Peco) - zelfbouwer(50%)

janjozef

Waarbij niemand tegengehouden wordt de franco-crosti in model na te bouwen en in oktober in een kast te tonen.[:D]
Jan Provinciael lid van MTD treinenclub vzw
Omer Van Ommerplein 15 2650 Edegem
Modelspoor 2021 23 en 24 oktober 2021
Hangar 27 Parklaan 161 - 2650 Edegem

Havoc

De Franco staat op mijn lijstje, Jan... Maar er zijn er nog andere en niet meer tijd. Het zal voor september zijn, maar welk jaar???
Met vakantie voor onbepaalde duur.

Decapod

De Franco nabouwen, dat zou nog eens wat zijn! (ik begin al te zuchten bij een ombouw van HLD60 naar 64, tsk [V])

Trekkracht, snelheid, vermogen en adhesie worden hier een beetje door elkaar gebruikt.
De trekkracht van een loc staat rechtstreeks in verband met haar adhesie, want het is immers die adhesie die de omzet van het vermogen in kracht op de rails brengt. Daarom is het ook zo dat een goederenloc vooral veel adhesie moet hebben, dus vooral de canalisering van het vermogen in aanzetkracht een rol speelt. De meeste goederenlocs hebben dan ook heel wat drijfwielen met een kleinere diameter omdat dat net die aanzetkracht ten goede komt.
Een sneltreinloc daarentegen moet het hebben van de omzetting van het vermogen in versnelling op de rails. D.w.z. dat de zuigersslag zo optimaal mogelijk moet anagewend worden om versnelling te genereren in het drijfwerk en de drijfwielen. Vandaar dus ook dat een sneltreinloc praktisch altijd slechts enkele, maar steeds erg grote drijfwielen heeft.
Vgl. bv. het type 12 (de snelste loc van de NMBS) en het type 36 (zowat de krachtigste goederenloc van de NMBS). Het type 12 ontwikkelde 2500pk en trok op vlakke lijnen lichte sneltreinen (200 ton) met gemak aan 140 km/u, terwijl het type 36 - dat 'slechts' 2300pk ontwikkelde - op zijn eentje goederentreinen van rond de 1000 ton ana een gemiddelde snelheid van 60 km/u trok over de Athus-Meuselijn op hellingen van 13 promille! Werd de 36 op de steilste hellingen nog af en toe een handje geholpen door een lichterloc (vooraan, meestal type 81) of een opdrukloc (achteraan, meestal type 98) dan kon ze zelfs treinen van 1700 ton aan. Het type 81 en zeker het type 98 waren bovendien ook nog eens locs die niet zo geweldig veel pk's in huis hadden, maar wel zeer veel aanzetkracht genereerden ... .

Ik kan me niet inbeelden dat Dambly in zijn meticuleus gedetailleerde stoombijbel het re?ele en virtuele vermogen door elkaar gooit. Dat er dikwijls twee cijfers staan heeft te maken met ombouwingen of de aflevering van sommige loctypen in verschillende reeksen. Bv. type 10 eerste reeks na verbouwing van 1931: 2700pk, terwijl type 10 tweede reeks na verbouwing van 1931: 2400pk.

Wat de Franco betreft. Werd in Belgi? geproduceerd vooral omdat op dat moment Belgi? simpelweg de spitstechnologie in huis had qua stoomlocbouw en niet alleen een sterke reputatie had voor vernieuwing (ongeveer 40% van de grote namen uit de stoomlocanalen zijn Belgen!), maar ook voor experiment. Er zijn hier wel meer rare dingen gebouwd.
Dat de Franco niet in serie gebouwd werd is te verklaren door het feit dat de grote voordelen van de Franco in Belgi? niet zo belangrijk waren (kleine boogstralen kunnen nemen) en omdat sommige voordelen niet echt opwogen tegen wat er al was: de Franco trok in het beste geval een trein van 1200 ton aan 24 km/u de Athus-Meuse hellingen op, niet zo erg veel verschil van een type 36. De max. koppelingsweerstand was trouwens maar 1207 ton, dus ... . Neem daar ook nog eens de besparingsmentaliteit van de overheid (is het ooit anders geweest?) bij en je begrijpt waarom de Franco een eenzaam monster gebleven is.
NMBS IIb, IIIa, IIIb
Trots op het spoorwegverleden van ons kleine landje.