Juist gelezen in het nieuwste boek van Carstens "Mineralöl-Kesselwagen" in de serie MIBA-Report.
BP had zowat 500 tankwagons op de sporen rondrijden. In tegenstelling wat de modelspoorfabrikanten ons willen doen geloven was er slechts 1 (één) helemaal groen geschilderd.
Je bent dus gewaarschuwd : geen twee groene BP-ers op uw baan !
Erik
Interessante info, bedankt Erik om het mee te delen..
aan "eve":
Als 'k vragen mag: in hoeverre is deze "Report"-uitgave aanvullend bij het Miba-boek (254 blz.) "Band 7 Kesselwagen für brennbare Flüssigkeiten" ook door Carstens (& Westermann).
Dit "Report" ZOU meer op (H0-)schaalmodellen van (Duitse) ketelwagens focussen. ( ? ) Is het dan de moeite om het "Report" ook nog apart bij Miba te bestellen ?
Herwig,
De uitgave van MIBA-Report is aanvullend en bevat vele voorbeelden om industriemodellen te vervolledigen. Kleurstellingen en publiciteit komen uitvoerig aan bod. Samen met wat "weetjes" over de industrie. Samen 148 blz leuke leerrijke lectuur.
Persoonlijk vind ik het een goede investering.
Erik
aan "Eve" ,
Hartelijk dank voor info & dit "Report" wordt dan meteen bij Miba besteld.
Erik
En geven ze dan ook aan onder 'welke' maatschappij deze dan groen was?
Ik dacht geschreven te hebben : BP...
::)Erik
DB, DSB, NS, NMBS... enz...
Excuseer Steef, misverstand.
Volgens het boek van Carstens zou het gaan om wagon 735 5 018 [P] gebouwd 1959/60 van de DB.
Omdat de tankwagons meestal eigendom zijn van het instellende bedrijf, begreep ik uw opmerking niet dadelijk.
Maar ze worden uiteraard toegelaten op een spoorwegnet mits conform met de reglementen en belettering, in dit geval van de Deutsche Bundesbahn.
Erik
Dan zijn er dus 2, onder de vlag van de DSB reed er een groene tweeasser.
Zal vanavond als ik thuis ben het nummer vermelden.
Zeer graag !
Erik
> B.P. is niet steeds zomaar B.P. <
Met Esso (Rockefellers Standard Oil) is één-en-ander nog relatief makkelijk historisch te volgen:
de DAPG = DeutschAmerikanischePetroleumGesellschaft in het PréWOII-Duitsland (later Esso-Duitsland), met dààr nog diverse andere gevoerde merknamen en (overgenomen) dochterondernemingen.
(gaan hier en nu NIET te fel in detail gaan ...met o.a. de diverse Esso-Standard-dochterondernemingen in B & NL, F, GB, enz..)
B.P. was in Duitsland oorspronkelijk de Benzin & Petroleum A.G. , maar enkele decennia later via allerhande omwegen, versmeltingen en scheidingen, d.w.z. marketingoperaties, toch nog uiteindelijk op één-op-andere zakelijke manier gekoppeld is aan ... .B.P., maar dan wel British Petroleum Ltd.
B.P. ... wat de consument dan heden ten dage, naar verluidt, officiëel moet lezen als "Beyond Petroleum" , enz., enz.,
(> tikfoutje verbeterd: DPAG moest zijn DAPG (in België&Nederland: APC) )
Het boek van Carstens gaat enkel over de bij de DB ingeschreven private wagens, en is het dus zeer goed mogelijk dat er ook in andere landen groene BP wagens bestaan hebben, dus twee of meer groene BP wagens zou eventueel tot de mogelijkheden kunnen behoren, zolang ze maar in een verschillend land ingeschreven waren.
Dat dacht ik dus ook al Peter. Bij de DSB waren er drie
de 50 3346, 55 en 79. Allen tweeassers.
Voor de geschiedenis ga ik uit van 100 years BP, een relatie geschenk.
aan Stedahult:
" 100 years BP" ( uw boek over "British" Petroleum ? ):
Als u eenvoudigweg om de hoek zou wonen, zouden we even tijdelijk kunnen omruilen, om te lezen, met onze "ExxonMobil 125 Years of history" ...... .
aan Stedahult,
Die Skandinavische GROENE twee-assige ketelwagens:
- van een Skandinavisch filiaal van het Duitse Benzin & Petroleum AG
of - idem Britse British Petroleum Ltd ?
>>toegevoegd>> vraag hierboven over Skandinavische ketelwagens nauwelijks relevant, want:
zie BP-history: naar verluidt kwamen het oorspronkelijke Duitse moederbedrijf BP-AG (Olex) als zijn/haar toenmalige Britse dochteronderneming BP-Ltd nog voor W0 II in financiële handen van de APOC (AngloPersianOilCie), later "British Petroleum", ....
BP Olie Kompagniet A/S was gevestigd in Fredericia. Wagons hadden hun
thuisbasis in Fredericia en Køpenhamn.